Ongeluk met een auto
Ongeluk met een auto
Een ongeluk zit in een klein hoekje. Even niet goed uitkijken en een aanrijding kan het gevolg zijn. Soms gaat het om ernstige ongevallen met meerdere voertuigen en slachtoffers. Er gebeuren sneller ongelukken als het erg druk is of bij slecht weer, zoals dichte mist of gladheid.
Weet jij wat je moet doen bij een ongeluk met een auto? Laat je niet verrassen en bereid je goed voor!
Weet jij wat je moet doen bij een ongeluk op de weg?
Tips
Wat moet je doen bij een ongeluk met een auto?
- Zorg dat je zelf goed bent te zien voor de rest van het verkeer. Draag een veiligheidshesje en plaats een gevarendriehoek.
- Bel 112. Geef de locatie door en wacht op de hulpdiensten. Verleen eerste hulp als dat mogelijk is.
- Houd de weg vrij. Blijf zoveel mogelijk achter de vangrail staan en loop niet over de rijbaan.
- Is er alleen blikschade en zijn er geen gewonden? Rijd dan als het kan samen naar een parkeerplaats om de schade af te handelen.
- Blijf niet kijken naar ongelukken. Ga niet langzamer rijden of stoppen om te kijken. Dit is gevaarlijk.
Wat moet je doen als je met de auto in het water komt?
- Doe de binnen- en buitenverlichting aan. Zo heb je zelf beter zicht en ben je voor hulpdiensten beter zichtbaar. Laat de sleutels in het contact zitten.
- Maak de gordel los en open de zijruit. Gaat dit niet vanzelf? Met het mes in de veiligheidshamer kun je je gordel doorsnijden en het raam verbrijzelen.
- Krijg je het raam niet open of stuk? Neem dan een ferme hap lucht en wacht tot de auto grotendeels gezonken is. Hierdoor is de druk binnen en buiten de auto hetzelfde, waardoor het openen van het portier mogelijk wordt.
- Verlaat de auto, zwem naar de kant en roep om hulp.
Handig om te weten
Wat kun je doen om goed voorbereid op weg te gaan?
- Bekijk voor je vertrek wat de weerverwachtingen zijn en of er onderweg files of werkzaamheden zijn.
- Hang een veiligheidshamer op in je auto. Zorg ervoor dat de hamer binnen handbereik is. Hiermee kun je een raam inslaan en gordels los snijden.
- Draag altijd een gordel, óók bij korte ritten.
- Neem spullen voor noodsituaties mee, zoals een gevarendriehoek, reflecterend hesje, opgeladen telefoon, drinken, wat eten en een EHBO-set.
- Bereid je in de winter voor op kou. Neem in de winter extra warme kleding of een deken mee. Bij een noodgeval kan dit onderkoeling voorkomen.
Hoe rijd je veilig bij een laagstaande zon?
Als de zon laag staat gebeuren er meer ongelukken op de weg. Wat kun je doen om toch veilig op pad te gaan?
- Pas je snelheid en rijstijl aan. Wees je ervan bewust dat je minder ziet. Neem geen risico’s.
- Zet een zonnebril op. Leg er standaard eentje in je auto!
- Gebruik de zonneklep in je auto.
- Zet je verlichting aan: dat maakt je beter zichtbaar, vooral voor tegenliggers die tegen de zon in kijken.
- Maak de autoruiten schoon: als ze vies zijn zie je bij tegenlicht nóg minder.
- Heb je last van laagstaande zon in de achteruitkijkspiegel? Dan zien je tegenliggers nog minder, want zij kijken immers tegen de zon in. Houd daar rekening mee: rijd voorspelbaar en doe geen onverwachte dingen.
Hoe gebruik je je autoverlichting goed?
Met goed licht zie je meer! Met goede autoverlichting ben je niet alleen zelf beter zichtbaar, maar zie je ook de weg en medeweggebruikers beter. In het donker, maar óók overdag.
Checklist voor goede autoverlichting:
- Controleer je lampen samen met iemand die buiten de auto staat, of in een weerspiegelend (winkel)raam. Werken alle lampen?
- Zijn de lampen schoon?
- Gebruik je het juiste type lampen?
- Staan de lampen goed afgesteld?
Wanneer schakel je welke verlichting in?
- Stadslicht: verplicht als je 's nachts of bij slecht zicht overdag buiten de bebouwde kom of op de rijbaan parkeert.
- Dimlicht: deze gebruik je bij 's nachts en bij regen, lichte mist, hagel of sneeuw. Als er overdag genoeg licht is, is het handig om het dimlicht ook dan te gebruiken. Dan val je voor de rest van het verkeer meer op.
- Grootlicht: hiermee heb je maximale verlichting van de weg. Grootlicht gebruik je alleen 's nachts, wanneer er geen ander verkeer in de buurt is.
- Mistlicht: het mistlicht aan de voorkant van de auto gebruik je als er minder dan 200 meter zicht is. Het mistlicht aan de achterkant van de auto gebruik je als er minder dan 50 meter zicht is.
Bekijk de website van provincie Fryslân voor meer informatie.
Wat kun je doen bij een ongeluk in een tunnel?
- Zorg voor je eigen veiligheid. Rook is in een tunnel het grootste gevaar. Hoe meer rook er is, hoe minder tijd je hebt. Binnen een paar minuten kun je al bewusteloos raken, ook in de auto of trein. Probeer direct weg te komen via de vluchtgangen of de tunnelbuis. Let hiervoor op de verlichting en bordjes. De rook zal met de rijrichting meegeblazen worden. Let dus op welke kant de rook op gaat. Let ook op aankomend verkeer.
- Blijf bij veel rook laag bij de grond en houd een (natte) zakdoek voor je neus en mond.
- Draag een reflecterend hesje zodat je zichtbaar bent.
- Bel 112. Misschien heeft je telefoon geen bereik in de tunnel. Ga dan eerst de tunnel uit en bel dan 112. Vertel wat er aan de hand is en of er nog mensen achter zijn gebleven.
- Verleen hulp en probeer anderen te waarschuwen. Een beginnende brand kan nog wel geblust worden. Maar kijk uit voor de rook. Probeer mensen mee naar buiten te krijgen.
Met je auto in het water, wat nu?
Andere handige websites
Op deze websites kun je ook handige informatie vinden: