Mist is gevaarlijk voor het verkeer. Helemaal wanneer het om hele dichte mist gaat. Je hebt dan minder dan 200 meter zicht. Als er in een - soms klein - gebied hele dicht mist is, noem je dat een mistbank. Als je hier doorheen rijdt of loopt dan zie je heel weinig. In sommige gebieden, zoals polders en bij open water, kan mist vaak dichter en hardnekkiger zijn.
Weet jij wat je moet doen bij mist? Denk vooruit en bereid je goed voor!
Weet wat je moet doen bij mist
Tips
Zo ben je goed voorbereid op mist
Controleer regelmatig de (mist)lampen van je auto.
Houd de weerberichten in de gaten en volg adviezen op.
Wordt er dichte mist voorspeld? Ga alleen de weg op als het echt nodig is. Misschien kun je je afspraak verplaatsen of thuis werken.
Stook geen hout. De houtrook blijft vaak hangen in de directe omgeving, omdat er weinig wind staat.
Kijk ook om naar familie, vrienden of buren die zich minder goed kunnen redden. Heb je zelf een beperking of ben je hulpbehoevend? Vraag of familie, vrienden of buren je willen helpen.
Toch op pad in de mist, of ben je al onderweg?
Blijf, als dat kan, binnen.
Ben je op de fiets? Zet je voor- en achterlicht aan. Fiets zoveel mogelijk rechts op de weg.
Stop vóór een kruispunt en luister of er ander verkeer aankomt. Steek het kruispunt pas over wanneer je er zeker van bent dat er niemand anders aankomt. Wacht liever wat langer en neem geen risico bij het oversteken.
Ben je in de auto? Houd rekening met de omstandigheden: gebruik de juiste verlichting, matig je snelheid en houd voldoende afstand.
Zet de radio aan en luister naar het weerbericht en de verkeersinformatie. Volg de adviezen op.
Laat anderen weten waar je naartoe gaat.
Help andere mensen. Heb je zelf hulp nodig? Vraag dan of familie, vrienden of buren je willen helpen.
Rijd je in de auto door de mist?
Luister goed naar de verkeersinformatie.
Rijd minder snel. En houd afstand van degene die voor je rijdt.
Gebruik de juiste verlichting.
Is het zicht minder dan 200 meter, dan mag je de mistlampen vóór aanzetten.
Is het zicht minder dan 50 meter, dan gebruik je de mistlamp achter.
Om te bepalen hoeveel zicht je hebt, kun je naar de hectometerpaaltjes langs de weg staan. Tussen twee hectometerpaaltjes zit 100 meter. En tussen twee lantaarnpalen op de snelweg zit 50 meter.
Gebruik nooit het grote licht. Daarmee kun je jezelf verblinden.
Zet de mistlamp(en) uit zodra je weer wat meer zicht hebt.
Bekijk de video van de ANWB over het gebruik van mistlampen.