Gaslek in Sneek (GRIP 1)
Dinsdag 2 augustus komt er een melding binnen van gaslucht in een woning. De brandweer komt ter plaatse en meet hoge waarden. Er wordt opgeschaald naar GRIP 1. Omdat het gaslek in het riool zit is het moeilijk voor de brandweer om de bron van het lek te vinden. Er worden 29 woningen aan de Horseweg in Sneek ontruimd. De brandweer vindt uiteindelijk het lek en sluit een uur later het lek af. Later in de avond kunnen bewoners weer terug naar huis.
Laatst bijgewerkt:
Locatie op kaart
Meer informatie
Veelgestelde vragen
Opschaling
Wat betekent het als er wordt opgeschaald naar 'GRIP'?
Bij grote incidenten werken de hulpdiensten, zoals de brandweer, politie, geneeskundige zorg en gemeente, met elkaar samen om het incident zo goed mogelijk te bestrijden. Om die samenwerking goed te laten verlopen is de GRIP-structuur ontwikkeld. Daarin staat wanneer de crisisteams bij elkaar komen en hoe ze met elkaar samenwerken.
De brand moet bijvoorbeeld worden geblust, maar er moeten ook wegen worden afgezet. Er zijn gewonden die medische hulp nodig hebben. Voor de mensen die tijdelijk hun huis uit moeten is een opvanglocatie nodig. Er stroomt vies bluswater in de sloten of een kanaal. En er is een informatienummer nodig waar mensen met vragen naar toe kunnen bellen. Om dit soort dingen goed met elkaar te kunnen regelen, werken de hulpdiensten samen in de GRIP-structuur.
GRIP is de afkorting van ‘Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings Procedure’.
Meer informatie over GRIP kun je vinden op de website van Veiligheidsregio Fryslân.
Wat betekent opschaling door de brandweer naar middelbrand of (zeer) grote brand?
Bij een brand heeft de brandweer vier opschalingsniveaus: kleine brand, middelbrand, grote brand en zeer grote brand.
Wanneer is een brand een middelbrand en wanneer een grote brand? De brandweer kijkt daarvoor niet alleen naar de hoeveelheid rook en vuur, maar ook naar wat er nodig is om de brand beheersbaar te maken. Staan er bijvoorbeeld veel gebouwen rondom het pand dat in brand staat? En om wat voor gebouwen gaat het dan? Met al die informatie bepaalt de brandweer om wat voor soort brand het gaat.
- Bij een kleine brand komt er één tankautospuit ter plaatse. Een tankautospuit is het basisvoertuig van de brandweer. Hierin zitten slangen, gereedschappen en water. In een tankautospuit zitten altijd één bevelvoerder en vijf manschappen.
- Bij een middelbrand komen er twee tankautospuiten ter plaatse. Ook komt er een Officier van Dienst.
- Bij een grote brand komen er drie tankautospuiten ter plaatse. En daarnaast een groot watertransport en een droneteam. Verder komt er een Officier van Dienst, een Hoofdofficier van Dienst, een Adviseur Gevaarlijke Stoffen (AGS) en een woordvoerder.
- Bij een zeer grote brand komen er vier tankautospuiten ter plaatse. En daarnaast een groot watertransport en een droneteam. Verder komt er een Officier van Dienst, een Hoofdofficier van Dienst, een Adviseur Gevaarlijke Stoffen (AGS) en een woordvoerder. Alles wat bij een zeer grote brand ter plaatse komt wordt een peloton genoemd.
- Is er nog meer nodig? Dan kan er een tweede peloton worden ingezet. Dat is een verdubbeling van al het materieel dat al ter plekke is om de brand te bestrijden.
Afhankelijk van het incident kan de brandweer bij elk incident specifieke voertuigen en specialisten inzetten, zoals...
- Een hoogwerker; die wordt ingezet als de brandweer er met de ladder van een tankautospuit niet bij kan. Bijvoorbeeld bij een schoorsteenbrand. De inzet van een hoogwerker heeft niks te maken met de grootte van een brand.
- Meetploegen, die meten of er gevaarlijke stoffen in een woonwijk terecht komen.
- Het droneteam, dat met drones een goed beeld van bovenaf kan geven.
- Voertuigen voor het bestrijden van natuurbranden, ook wel CCFM’s genoemd.
- Ondersteunende ploegen die bijvoorbeeld nieuwe flessen ademlucht brengen. Of eten en drinken, als de brandweerploegen lang aan het werk zijn.
Wanneer wordt Stichting Salvage opgeroepen en wat doet Salvage?
Stichting Salvage helpt mensen die zijn getroffen door brand, blikseminslag, explosie, water, storm en/of een aanrijding. Dat doen zij namens alle brandverzekeraars in Nederland. Salvage is er binnen een uur, nadat zij door de brandweer zijn opgeroepen.
De coördinator van Salvage heeft aandacht voor de mensen die getroffen zijn en het leed dat hen is overkomen. Hij/zij neemt acties om te zorgen dat de schade niet verergert en geeft adviezen aan alle betrokkenen. Als mensen niet in hun huis kunnen blijven, dan zoekt de coördinator van Salvage samen met de bewoners naar een oplossing.
Als de situatie stabiel is, informeert de Salvagecoördinator de verzekeringsmaatschappijen over wat Salvage heeft gedaan. Voor de afhandeling van de schade door de verzekeringsmaatschappij blijft het nodig dat mensen die zijn getroffen door een incident de schade zelf melden bij hun verzekeraar. De melding van Salvage is alleen een bericht om verzekeraars te laten weten wat Salvage voor hun klant heeft gedaan.
Meer informatie kun je vinden op de website van Stichting Salvage.