Meldingen

Brand Dronrijp (GRIP 1)

Gesloten
02-01-2021
4:24
Dronryp
Brand
Grip 1

Op zaterdag 2 januari 2021 ontstaat in Dronrijp brand in een woonvorm voor mensen met dementie. Omdat het pand vol staat met rook worden de bewoners geëvacueerd en opgevangen in een locatie naast de woonvorm. In de loop van de dag kunnen de bewoners weer terug naar hun appartement. Drie personen worden overgebracht naar het ziekenhuis.

Laatst bijgewerkt:

14:40
06-11-2025

Locatie op kaart

map
Legenda
Locatie incident
Rookrichting
Opvanglocatie
Getroffen gebied
Wegafzettingen

Meer informatie

Wat kan ik doen?

Blijf uit de rook!

Rook is altijd ongezond. Blijf uit de rook! Heb je last van de rook? Sluit dan ramen en deuren en schakel als dat kan ventilatiesystemen uit. Meer informatie hierover kun je vinden op www.blijfuitderook.nl.

Veelgestelde vragen

Opschaling

Wat betekent het als er wordt opgeschaald naar 'GRIP'?

Bij grote incidenten werken de hulpdiensten, zoals de brandweer, politie, geneeskundige zorg en gemeente, met elkaar samen om het incident zo goed mogelijk te bestrijden. Om die samenwerking goed te laten verlopen is de GRIP-structuur ontwikkeld. Daarin staat wanneer de crisisteams bij elkaar komen en hoe ze met elkaar samenwerken.

De brand moet bijvoorbeeld worden geblust, maar er moeten ook wegen worden afgezet. Er zijn gewonden die medische hulp nodig hebben. Voor de mensen die tijdelijk hun huis uit moeten is een opvanglocatie nodig. Er stroomt vies bluswater in de sloten of een kanaal. En er is een informatienummer nodig waar mensen met vragen naar toe kunnen bellen. Om dit soort dingen goed met elkaar te kunnen regelen, werken de hulpdiensten samen in de GRIP-structuur.

GRIP is de afkorting van ‘Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings Procedure’. 
Meer informatie over GRIP kun je vinden op de website van Veiligheidsregio Fryslân.

Wat betekent opschaling door de brandweer naar middelbrand of (zeer) grote brand?

Bij een brand heeft de brandweer vier opschalingsniveaus: kleine brand, middelbrand, grote brand en zeer grote brand. 

Wanneer is een brand een middelbrand en wanneer een grote brand? De brandweer kijkt daarvoor niet alleen naar de hoeveelheid rook en vuur, maar ook naar wat er nodig is om de brand beheersbaar te maken. Staan er bijvoorbeeld veel gebouwen rondom het pand dat in brand staat? En om wat voor gebouwen gaat het dan? Met al die informatie bepaalt de brandweer om wat voor soort brand het gaat. 

  • Bij een kleine brand komt er één tankautospuit ter plaatse. Een tankautospuit is het basisvoertuig van de brandweer. Hierin zitten slangen, gereedschappen en water. In een tankautospuit zitten altijd één bevelvoerder en vijf manschappen.
  • Bij een middelbrand komen er twee tankautospuiten ter plaatse. Ook komt er een Officier van Dienst. 
  • Bij een grote brand komen er drie tankautospuiten ter plaatse. En daarnaast een groot watertransport en een droneteam. Verder komt er een Officier van Dienst, een Hoofdofficier van Dienst, een Adviseur Gevaarlijke Stoffen (AGS) en een woordvoerder.
  • Bij een zeer grote brand komen er vier tankautospuiten ter plaatse. En daarnaast een groot watertransport en een droneteam. Verder komt er een Officier van Dienst, een Hoofdofficier van Dienst, een Adviseur Gevaarlijke Stoffen (AGS) en een woordvoerder. Alles wat bij een zeer grote brand ter plaatse komt wordt een peloton genoemd.  
  • Is er nog meer nodig? Dan kan er een tweede peloton worden ingezet. Dat is een verdubbeling van al het materieel dat al ter plekke is om de brand te bestrijden. 

Afhankelijk van het incident kan de brandweer bij elk incident specifieke voertuigen en specialisten inzetten, zoals...

  • Een hoogwerker; die wordt ingezet als de brandweer er met de ladder van een tankautospuit niet bij kan. Bijvoorbeeld bij een schoorsteenbrand. De inzet van een hoogwerker heeft niks te maken met de grootte van een brand.
  • Meetploegen, die meten of er gevaarlijke stoffen in een woonwijk terecht komen.
  • Het droneteam, dat met drones een goed beeld van bovenaf kan geven.
  • Voertuigen voor het bestrijden van natuurbranden, ook wel CCFM’s genoemd. 
  • Ondersteunende ploegen die bijvoorbeeld nieuwe flessen ademlucht brengen. Of eten en drinken, als de brandweerploegen lang aan het werk zijn.
Wanneer wordt Stichting Salvage opgeroepen en wat doet Salvage?

Stichting Salvage helpt mensen die zijn getroffen door brand, blikseminslag, explosie, water, storm en/of een aanrijding. Dat doen zij namens alle brandverzekeraars in Nederland. Salvage is er binnen een uur, nadat zij door de brandweer zijn opgeroepen.

De coördinator van Salvage heeft aandacht voor de mensen die getroffen zijn en het leed dat hen is overkomen. Hij/zij neemt acties om te zorgen dat de schade niet verergert en geeft adviezen aan alle betrokkenen. Als mensen niet in hun huis kunnen blijven, dan zoekt de coördinator van Salvage samen met de bewoners naar een oplossing.

Als de situatie stabiel is, informeert de Salvagecoördinator de verzekeringsmaatschappijen over wat Salvage heeft gedaan. Voor de afhandeling van de schade door de verzekeringsmaatschappij blijft het nodig dat mensen die zijn getroffen door een incident de schade zelf melden bij hun verzekeraar. De melding van Salvage is alleen een bericht om verzekeraars te laten weten wat Salvage voor hun klant heeft gedaan.

Meer informatie kun je vinden op de website van Stichting Salvage.

Brand

Hoe zet je de ventilatie in huis uit?
  • Heb je een mechanisch ventilatiesysteem in huis? Die staat meestal in de kelder, op zolder of in een technische ruimte. Je kunt het ventilatiesysteem uitschakelen door de stekker er uit te trekken. 
  • Is er geen stekker bij het mechanische ventilatiesysteem? Schakel het ventilatiesysteem dan uit via de schakelaar op de groep in de meterkast die de mechanische ventilatie bedient. Zorg dat je weet welke groep het is, plak er bijvoorbeeld een sticker bij.
  • Vergeet niet om ook roosters die je met de hand moet bedienen dicht te doen. Bijvoorbeeld roosters in de ramen. 
Wat moet je doen als je rook hebt ingeademd?

Zorg ervoor dat je niet meer in de rook staat. Meestal gaan de klachten dan vanzelf over.

Gaan de klachten niet over, of maak je je zorgen? Vraag dan om hulp van het ambulancepersoneel dat bij de brand is.

Als alle hulpverleners al weer weg zijn en je hebt nog steeds klachten, neem dan contact op met je huisarts. 

Wat betekent 'Brand meester'?

Wanneer de brandweer het sein 'brand meester' geeft, betekent dit dat de brand niet verder kan uitbreiden. De brandweer kan de brand onder controle houden. Het vuur kan dan niet meer overslaan naar andere gebouwen. De brand hoeft bij 'brand meester' dus nog niet helemaal uit te zijn.

Wat is een natuurbrandbestrijdingsvoertuig (CCFM)?

Brandweer Fryslân heeft zes natuurbrandbestrijdingsvoertuigen, ook wel de CCFM’s genoemd. CCFM is een afkorting voor 'Camion Citerne Feux de Forêt Moyen'.

Deze voertuigen zijn speciaal gemaakt voor het bestrijden van natuurbranden. Elk voertuig heeft een bluswatertank met 3500 liter water. Een tweede watertank met 500 liter kan de cabine en de banden nathouden voor als het voertuig ingesloten raakt door de brand. 

Er staat een natuurbestrijdingsvoertuig op Vlieland, Terschelling, Ameland, Schiermonnikoog, in Oosterwolde en Ureterp. Halverwege 2025 krijgen ook de posten in Beetsterzwaag en Jubbega zo’n voertuig. 

Wat betekent het als de brandweer 'groot watertransport' inzet?

Om te zorgen voor genoeg bluswater kan de brandweer het 'groot watertransport' inzetten. Daarmee kan de brandweer water halen tot een afstand van zo’n anderhalve kilometer van de brand. Het watertransportsysteem wordt ingezet op plaatsen waar weinig bluswater is of wanneer er in korte tijd veel water nodig is. Het systeem bestaat uit een grote dompelpomp en 1,5 kilometer slang: daarmee kan tot 8000 liter water per minuut worden aangevoerd.

Als het watertransportsysteem wordt ingezet, liggen er vaak veel slangen over de wegen. Daardoor kunnen er vaak geen auto's en ander verkeer meer langs en worden deze wegen afgesloten voor het verkeer.

Waarom loopt brandweerpersoneel wel in de rook?

Brandweerpersoneel doet dit om de brand beter te kunnen bestrijden of om eventuele slachtoffers te redden/evacueren. Zij gebruiken daarbij adembescherming. Andere hulpverleners en brandweerpersoneel zonder adembescherming worden gewaarschuwd zoveel mogelijk uit de rook te blijven.

Waarom doet de brandweer metingen?

Rook is altijd gevaarlijk: in rook zitten allemaal stoffen die slecht zijn voor je gezondheid. Soms kun je aan de lucht niet zien dat er gevaarlijke stoffen zijn. De brandweer kan dat wel meten. De brandweer kan verhoogde concentraties meten van een aantal gevaarlijke stoffen, zoals zoutzuur (HCl), nitreuze dampen (NOx), zwaveldioxide en CO.

Na een brand in een huis meet de brandweer vaak eerst of er nog koolstofmonoxide (CO) in het huis is. Als er nog teveel CO in een huis is, kunnen de bewoners nog niet weer veilig naar huis. 

De brandweer doet ook vaak metingen in bijvoorbeeld een woonwijk. Als daar teveel gevaarlijke stoffen worden gemeten, dan kunnen de bewoners het advies te krijgen om binnen te blijven en ramen en deuren gesloten te houden. Soms moeten alle bewoners hun huizen uit. 

 

Wat betekent het als er geen gevaarlijke stoffen zijn gemeten?

De meetapparatuur heeft dan geen verhoogde concentraties van bepaalde stoffen opgevangen. Dat kan komen omdat die stoffen niet in de lucht zaten. Of omdat er maar zo'n klein beetje van die stof in de lucht zat, dat de meetapparatuur dat niet kon meten. 

Als er niks wordt gemeten, betekent dat niet dat je dus ook geen gezondheidsklachten kunt hebben door de brand. Rook is altijd gevaarlijk. Blijf dus uit de rook. Heb je last van de rook? Sluit dan de ramen en deuren en schakel de ventilatie uit. 

Hoe krijg je een brandgeur uit je huis?

Als de hulpdiensten aangeven dat ramen en deuren weer open kunnen, ventileer dan je huis zo goed mogelijk: 

  • Zet de ramen en deuren open en schakel het ventilatiesysteem weer in. 
  • Was gordijnen en kleding die naar brand ruiken. 
Wat moet je doen met verbrandingsresten en roetdeeltjes in je tuin?
  • Zichtbare brokstukken kun je met handschoenen oppakken en in de container gooien.
  • Was zichtbare roetdeeltjes op auto’s, tuinmeubilair enzovoort er af met warm water en zeep.
  • Gras kan worden gemaaid. Het gemaaide gras mag in de groene container. 
  • Controleer de plekken waar kinderen spelen en verwijder ook hier de brokstukken en roet.
Kun je groente en fruit uit je tuin nog eten?

Eet geen groenten en fruit met zichtbare roetdeeltjes er op.

Schil, pel en/of was uit voorzorg groenten en fruit die niet zichtbaar vies zijn.

Groenten en fruit in kassen waarvan de ramen dicht stonden kun je gewoon opeten.